Vrolijk lachende gezin wacht een arrestatiebevel van jeugdzorg

Bij Jeugdzorg gaan alle alarmbellen rinkelen als Paul en Anna met hun dochters naar Duitsland vertrekken. Zo ontlopen ze hulpverleners die ze diep wantrouwen. Volgens hun advocaat houdt Jeugdzorg een klopjacht op het gezin. Hoe probleempjes leiden tot een drama.

 
Vrolijk lachende gezin wacht een arrestatiebevel van jeugdzorg

 
Catharina, Carmen en Caithlyn zijn vrolijk. Ze komen uit Ballorig, de overdekte speeltuin van Hoogezand, waar ze samen met hun ouders anderhalf uur zijn geweest. Iedereen is opgewekt, zo zien twee gezinsvoogden die staan te wachten.

Ze hebben alle vertrouwen in een soepel verloop, de hulp is op gang gekomen en nieuwe afspraken zijn gemaakt. Vader Paul en moeder Anna geven hun dochtertjes nog een laatste knuffel voor vertrek. Of toch niet?

Nee, toch niet. Heel rustig zetten ze hun kinderen op de achterbank van de groene Opel Vectra. We nemen ze mee, zegt Anna gedecideerd. De gezinsvoogden voelen zich voor het blok gezet. Voor geen goud willen ze de vredige sfeer doorbreken door nu de strijd aan te gaan en de kinderen uit de auto te trekken. We kunnen jullie niet tegenhouden, zegt een van hen. Maar weet dat het op jullie eigen verantwoordelijkheid gebeurt.

Anna maakt nog een verontschuldigend gebaar, dan trekt ze het portier dicht. Ze rijden weg richting Duitse grens. Nog geen 24 uur later verspreidt de Groningse politie een opsporingsbericht. De politie en Bureau Jeugdzorg zijn op zoek naar drie minderjarige meisjes (2, 5 en 6 jaar oud) uit Stadskanaal. De politie gaat ervan uit dat ze door hun biologische ouders zijn ontvoerd.

Nu, een maand later, zijn ouders en kinderen nog altijd op de vlucht voor de politie. Huilend vertelt oma Saskia aan de telefoon dat zij haar sieraden heeft moeten verkopen om het ondergedoken gezin financieel te onderhouden.

Nooit mogen ze meer terug naar Nederland, bezweert ze. Tot aan de rechters toe liegen en draaien ze hier. Hoe kun je kinderen aan wie niets mankeert uit huis plaatsen? Kinderen horen bij hun ouders te zijn, je mag een gezin niet zo kapot maken als Jeugdzorg doet.

Het is niet voor het eerst en het zal niet voor het laatst zijn dat een gezin in problemen zich in de hoek geduwd voelt door de hulpverlener en op de vlucht slaat. Ook een reconstructie van dit Groningse drama laat een patstelling zien die is veroorzaakt door diep wantrouwen in instellingen van de overheid.

Op het consultatiebureau in hun woonplaats Stadskanaal hebben Anna (42) en Paul (33) weleens laten vallen het moeilijk te vinden drie kleine kinderen te verzorgen. Anna werkt al achttien jaar bij een restaurant in een ziekenhuis. Paul is afgekeurd op medische gronden, maar klust soms zwart bij. Hun relatie loopt niet soepel, ze maken overal ruzie over.

We hadden gewoon wat probleempjes, zegt Paul deze zomer. Onenigheid, zoals dat in elke relatie wel voorkomt. Maar ruziënde partners lopen meestal niet naar de politie om elkaar te beschuldigen van huiselijk geweld. Paul en Anna wel. Op 3 januari 2010 meldt Anna zich op het bureau. Ze zegt dat Paul haar meerdere keren heeft geslagen en geschopt. De kinderen waren erbij.

Driekwart jaar later staat Paul bij de politie op de stoep. Anna mishandelt hem én Catharina, Carmen en Caithlyn. Ze slaat en krabt en schreeuwt. Een dag later komt hij terug om de politie te vertellen dat zij borderline heeft en dreigt met een familiedrama. Pas als hij eind 2010 op het bureau verschijnt in een kogelvrij vest wordt de zaak serieus genomen. Anna krijgt een huisverbod van tien dagen.

Later verklaren de ouders dat ze de beschuldigingen op aanraden van het Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld hebben aangedikt. Paul: Er werd tegen ons gezegd dat we aangifte moesten doen, dat dat de snelste manier was om hulp te krijgen.

Links en rechts worden pogingen gedaan die hulpverlening op te zetten. In maart 2011 onderzoekt de ggz (geestelijke gezondheidszorg) de ouders. Anna blijkt zwakbegaafd, is emotioneel en kan volgens de deskundigen moeilijk oorzaak en gevolg scheiden. Ze vertoont trekken van een borderliner. Verbaal is ze niet tegen Paul opgewassen. Hij is volgens de psycholoog star, het is vrijwel ondoenlijk hem van opvatting te doen veranderen. Een bovengemiddeld intelligente ruziezoeker, met autistische trekjes.

Deze analyse gaat er bij de ouders niet in. Zij blijven volhouden dat er met hen niet zoveel bijzonders aan de hand is. Bureau Jeugdzorg Groningen, dat er inmiddels bij betrokken is, kan moeilijk met het stel uit de voeten. Paul en Anna schreeuwen om hulp, maar die accepteren ze niet. Op afspraken laten ze verstek gaan.

Veilig bij oma
In oktober 2011 escaleert de boel in Stadskanaal opnieuw. Anna beschuldigt Paul van koopziek gedrag. Paul brengt de drie meisjes naar hun oma. Daar zijn ze in elk geval veilig. Anna laat nieuwe sloten op de deuren zetten en Paul kan het huis niet meer in. Bij de politie verklaart hij een dag later dat Anna met een mes heeft gedreigd zichzelf van het leven te beroven.

Dat is de druppel. Bureau Jeugdzorg concludeert dat er met vrijwillige hulpverlening niets wordt bereikt, en schakelt de Raad voor de Kinderbescherming in. Die doet onderzoek en schrijft een rapport dat door de advocaat van de ouders aan de Volkskrant is verstrekt. De conclusies zijn bikkelhard. De drie meisjes hebben een veilige en gestructureerde plek nodig en hun ouders kunnen die niet bieden. Ze hebben een omgeving nodig zonder huiselijk geweld. Een omgeving zonder Paul en Anna. De kinderbescherming vindt dat de gezinsvoogd moet onderzoeken of de meisjes voorlopig bij hun oma kunnen blijven wonen, een voor hen vertrouwde plek.

Paul en Anna lezen het rapport op 10 november. Ze schrikken en zijn boos. Paul schrijft een brief. Hij is het niet eens met de analyses die van hem en Anna zijn gegeven. De kinderen zijn ook nooit oor- of ooggetuigen geweest van hun ruzies. In plaats van de volle 100 procent verantwoordelijkheid die ik als vader voor mijn kinderen heb en neem, neem ik nu 200 procent verantwoordelijkheid voor mijn kinderen om ze te beschermen tegen jullie, schrijft hij. Eensgezind ondertekenen de ouders de handgeschreven brief, die de prelude vormt van onverwachte ontwikkelingen.

Op 23 november rinkelt bij Jeugdzorg de telefoon. Een ambtenaar van de gemeente Stadskanaal meldt dat Paul en Anna met hun dochters zijn vertrokken naar Duitsland. Ze hebben nieuwe paspoorten aangevraagd en zich ingeschreven in Esterwegen, 30 kilometer voorbij de grens.

Bij de hulpverleners in Groningen gaan alle alarmbellen af. Het zou niet voor het eerst zijn dat ouders op de vlucht slaan naar het buitenland als de bemoeienis van Jeugdzorg te intens wordt. Met spoed wordt bij de rechtbank een verzoek tot ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing aangevraagd.

Maar Paul en Anna snappen niet waar Bureau Jeugdzorg zich druk over maakt. We hadden al veel langer plannen om naar Duitsland te verhuizen. Ze hebben voor twee jaar een huurcontract afgesloten, er zijn ziektekostenverzekeringen aangegaan. De vaste telefoonaansluiting is geregeld en de kinderen krijgen elk een spaarbankboekje bij een Duitse bank. Dus hoezo was dit een halsoverkop vertrek? Wie anders dan zij voerden het ouderlijk gezag op dat moment?

De instanties denken er anders over. De kinderrechter stelt het gezin onder toezicht en er komt een machtiging tot uithuisplaatsing. Jeugdzorg schakelt de Duitse zusterorganisatie in. Het was lastig voor een gezinsvoogd om met de kinderen in Duitsland contact te houden, vandaar dat we de informatie hebben doorgespeeld naar het Jugendamt.

Op 23 december zitten Catharina, Carmen en Cathlyn met hun ouders gezellig te eten bij hun buren in Esterwegen. Ze zijn die dag naar een pretpark geweest. Dan klopt de politie aan de deur. Onder gehuil en geschreeuw worden de meisjes gescheiden van hun ouders. Medewerkers van het Jugendamt brengen de kinderen naar een Duits kindertehuis, waar ze Kerst 2011 doorbrengen.

Een paar dagen later stopt er bij de grensovergang een personenbusje. Drie kleine meisjes met blonde krullen stappen uit en worden overgedragen aan gezinsvoogden van Jeugdzorg Groningen. Catharina, de oudste, wordt gescheiden van haar jongere zusjes. Ze gaan naar twee verschillende pleeggezinnen. Er is geen pleeggezin te vinden dat de drie kleintjes samen kan opvangen.

Een ordinaire ontvoering, zegt advocaat Huib Struycken. De Nederlandse instanties hebben in Duitsland niets te vertellen. Ze hadden de kinderen nooit mogen weghalen bij hun ouders. Namens de ouders begint hij een reeks rechtszaken.

De rechterlijke macht spant samen met Bureau Jeugdzorg, is zijn rotsvaste overtuiging. Hij bladert door zijn papieren. Zie je deze datum? In dit verslag staat dat op 23 november een verzoek door de Raad van de Kinderbescherming is gedaan, terwijl boven het rapport 25 november staat.

Het zijn flagrante leugens. Zonder recht of titel worden kinderen bij hun ouders vandaan geplukt, op transport gezet naar Nederland en ondergebracht op geheime adressen. Als er nou een reële indicatie was, maar er zijn alleen maar verzinsels over mishandeling, over aangiften.

Intussen werkt Bureau Jeugdzorg aan een omgangsregeling. Eens per twee weken mogen Paul en Anna onder toeziend oog van de gezinsvoogden hun dochtertjes zien. Een van de gezinsvoogden: We hebben de ouders letterlijk gezegd: probeer met ons samen te werken. Het is niet in ons belang en niet in jullie belang dat de kinderen zijn weggehaald.

Amandelen knippen
De bezoekuren gaan soms goed. Maar als bij Catharina de amandelen moeten worden geknipt, geven haar ouders geen toestemming. Voor een bezoek aan de schoolarts evenmin, omdat ze niemand meer vertrouwen. Telkens als Paul en Anna zich lijken open te stellen voor de voorstellen van de gezinsvoogd, doorkruist de advocaat volgens Bureau Jeugdzorg de plannen. De advocaat zou ook kunnen zeggen: juridisch gezien hebben wij weliswaar gelijk, maar laten we in het belang van de kinderen maar samenwerken met de hulpverleners. Een advocaat kan in die zin een positieve invloed hebben, maar hier was dat niet het geval.

Advocaat Struycken ziet niet in waarom de ouders nog zouden samenwerken met instanties die hun kinderen illegaal hebben meegenomen en die geen enkele zeggingskracht hebben omdat Paul en Anna hun vaste verblijfplaats in Duitsland hebben. Hij heeft de ouders niet tegengehouden hun kinderen mee terug te nemen naar Duitsland. Hadden zij een andere keus dan?

Op vrijdag 28 september arriveren de gezinsvoogden iets te vroeg bij Ballorig, het speeltuintje in Hoogezand. Als de ouders komen aanrijden, springen de kinderen van blijdschap op. Samen gaan ze naar binnen. Anderhalf uur later rijden ze weg in de auto van oma. Terug naar Duitsland.

Nu ligt er een arrestatiebevel. De Duitse politie is al aan de deur geweest, reden voor advocaat Struycken om te spreken van een klopjacht. Waar het gezin verblijft, weet niemand. Alleen journalisten lukt het soms een ontmoeting te regelen. Paul en Anna staan in een anoniem hotel het Dagblad van het Noorden te woord. Op de foto staat een vrolijk gezin. Drie meisjes met de krulletjes van hun vader, gekleed in rode truitjes. Hun ouders met oma Saskia achter hen.

Het kan niet ingewikkeld zijn een gezin met drie meisjes op te sporen, maar er bestaat grote aarzeling de politie opnieuw te laten invallen. Wat is wijs en wat is in het belang van de kinderen?, vraagt Bureau Jeugdzorg zich af. Wij laten de zaak niet los. Er ligt een uitspraak van de rechter en die moeten we uitvoeren. We zijn niet bezig met een klopjacht. Wij hebben de zorg voor een veilige ontwikkeling van de kinderen en daarom hebben we de ouders opgeroepen met een mediator in gesprek te gaan.

Oma Saskia wilt het liefst dat Bureau Jeugdzorg de handen van het gezin aftrekt en rustig in Duitsland laat. Ik hoop echt dat morgen iemand zegt: stop met die jacht. Ik hoop dat er een rechter opstaat die zegt: ja, we hebben fouten gemaakt.

Patstelling

Wantrouwen en achterdocht kenmerken vaak de geschillen tussen hulpverleners en ouders, weet de Inspectie Jeugdzorg uit ervaring. De Inspectie houdt toezicht op de instellingen en bewaakt de kwaliteit van de zorg. Ouders vertrouwen Bureau Jeugdzorg vaak niet. Ze hebben evenmin vertrouwen in de onafhankelijkheid van klachtencommissies. Daarom wenden ze zich tot de Inspectie of ze nemen een advocaat in de arm.

In veel gevallen ontstaat er een patstelling, zoals in Groningen het geval is, hoewel er geen cijfers zijn. Soms blijven instellingen in een tunnelvisie hangen of treden ze strenger op dan nodig is uit angst fouten te maken. Of ouders doen beweringen die haaks staan op de waarheid, vaak via sociale media.

Ouders steken ook weleens met hun kroost de grens over om de voor hen ongewenste bemoeienis te vermijden. Dat kan effectief zijn: het mandaat van Bureau Jeugdzorg houdt op bij de landsgrens en niet altijd wordt de zusterorganisatie ingeschakeld.

In een enkel geval begint de Inspectie een onderzoek. Jeugdzorg Groningen heeft de vermeende ontvoering van de zusjes gemeld bij de Inspectie. Ingegrepen is er nog niet. Wel is geconstateerd dat er een juridische warboel is ontstaan. We zien vaker dat men het gaat zoeken in procedures, zegt woordvoerder Kees Paling.