Vriendin Vader Julian en Ruben doet haar verhaal

Nederland was in mei wekenlang in de ban van de zoektocht naar de broers Ruben en Julian. Weinigen begrijpen dat vader Jeroen Denis na een hopeloze vechtscheiding zijn zoontjes mee de dood in nam. Ook zijn vriendin Esther Kelder niet.

Vriendin Vader Julian en Ruben doet haar verhaal

Zij zag de situatie met Jeroens ex-vriendin escaleren. Ruben en Julian waren degenen voor wie Jeroen leefde. Toen zij dreigden te worden afgepakt, had zijn leven geen zin meer. Elke dag wordt Esther Kelder geconfronteerd met de leegte die Jeroen achterliet. Veel vragen spoken door haar hoofd. Antwoorden blijven uit. Die krijgt ze niet van Bureau Jeugdzorg, justitie of de Raad voor de Kinderbescherming. Ook niet van Jeroen.

,,Ik heb boven drie lege bedden. En waarom? Ik snap zijn wanhoop, maar niet dat hij dit heeft gedaan. Soms denk dat ik ze straks gewoon weer lachend binnenkomen.”

Het is ruim een halfjaar nadat Jeroen Denis (38) zichzelf en zijn zoontjes Ruben (9) en Julian (7) van het leven beroofde. Voor één keer doet Esther haar verhaal in het Algemeen Dagblad, gesteund door een map vol documenten en mails. Om ervoor te zorgen dat ouders en instanties lering trekken uit dit drama, en om Jeroen een stem te geven.

Als ze denkt dat al haar tranen zijn opgedroogd, komen ze weer. Als ze urenlang vertelt over de mooie momenten met Jeroen, Ruben en Julian, de boosheid over de vechtscheiding en over het gemis nu. ,,Jeroen was mijn maatje. We maakten lol en bespraken veel. Daarom is het zo gek dat dit is gebeurd, zonder dat ik het wist. Ik kan er nog steeds boos om worden. Was er écht geen andere oplossing?”

Ze kan proberen zijn gedachten te volgen. Het is een wanhoopsdaad geweest, omdat hij bang was dat zijn ex-partner Iris door zou gaan tot hij niet meer voor zijn kinderen mocht zorgen. Een statement. Een noodkreet. ,,Jeroen is tot het uiterste gedreven. Hij zag geen uitweg meer. Hij stond met zijn rug tegen de muur, was murw gebeukt. In zijn wanhoop heeft hij een keus gemaakt.”

Een keus die weinigen zullen begrijpen. Een keus die Esther veroordeelt. Zijn familie en vrienden kennen Jeroen zo niet. Hij was een goedzak, levensgenieter, beschermende broer, sportman pur sang en fantastisch mens. Jeroen was vooral de liefhebbende, zorgzame en behulpzame vader.

Dat Jeroen in april 2013 een dramatisch besluit neemt, gaat er bij haar niet in. In die periode voelt hij dat vele beschuldigingen, rechtszaken en hulpverleners verder, zijn omgang met Ruben en Julian onder druk staat. De Raad voor de Kinderbescherming bereidt een advies voor. De onzekerheid zet het leven van Esther en Jeroen stil. De verbouwing van de zolder voor de kinderkamers laten ze liggen. De vakantie naar Spanje is onzeker.

,,Jeroen werd steeds meer gespannen. In de meivakantie zou hij met Ruben naar een vader- zoonkamp in de Ardennen gaan. Alles was al geregeld. Jeroen wist niet waar hij aan toe was. Hij werd kortaf en was snel geïrriteerd. Eind april heb ik gezegd dat ik de raad zou bellen. Maar dat wilde Jeroen niet.”

Esther weet dan niet dat Jeroen allang op de hoogte is van het oordeel. Op 15 april vervliegt zijn hoop met een telefonische mededeling van de raad. Om Ruben en Julian rust en stabiliteit te geven, worden ze een jaar onder toezicht gesteld van Jeugdzorg. De hoofdverblijfplaats is bij de moeder, omdat de afstand tussen Zeist en Vleuten ‘te groot’ is. Jeroen krijgt de kinderen om het weekend, maar alleen als de kinderen van Esther er niet zijn.

,,Mocht (medische) hulp stagneren vanwege het gezamenlijk gezag, dan dient éénhoofdig gezag bij de moeder te worden overwogen.” Jeroen breekt definitief. De buitenwereld merkt niets. Ook Esther niet. Ja, hij heeft geen zin meer om te hardlopen. Bij het skeeleren kan hij een vriend nauwelijks bijhouden. Zijn immer tomeloze energie stroomt uit het sterke lijf. Jeroen is moegestreden.

Het is het resultaat van een 4 jaar durende vechtscheiding met Iris, met wie hij 13 jaar een relatie had. In 1998 gaan ze in Zeist samenwonen. Jeroen doet na de havo het CIOS en een opleiding fysiotherapie. In de zomer van 2003 wordt Ruben geboren, 2 jaar later Julian. ,,Zijn jongens waren zijn alles,” vertelt Esther. ,,Jeroen nam de tijd voor ze en deed leuke dingen. Bordspelletjes, naar de speeltuin, stoeien, kletsen. Hij wilde ze dingen leren.”

Strijd

Als hij eind 2008 een punt zet achter de stroeve relatie met Iris, begint een slepende juridische, financiële en emotionele strijd om geld, goederen en om Ruben en Julian.

Aanvankelijk wonen de ouders beurtelings in de woning bij de kinderen. Als zijn ex op een dag de sloten verandert, bepaalt de rechter dat zij het huis krijgt. Jeroen woont eerst bij zijn ouders, daarna in een appartement in Zeist. De kinderen zijn elke maandag tot woensdag en om het weekend, bij hem.

Iris spant met steun van haar vader rechtszaken aan. Ze eist meer kinderalimentatie en geld voor de eindafrekening. Ze vraagt de rechter zelfs om zich te buigen over de verdeling van een scartkabel en champagneglazen. Jeroen vecht voor zijn recht. Zijn ex werkt niet mee aan het afhandelen van zaken, zoals het opheffen van een gezamenlijke rekening, afstand doen van haar partnerpensioen en Jeroen ontslaan uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheekschuld.

De rechtszaken kosten hem ruim 50.000 euro, terwijl zijn ex dwangsommen negeert. Esther: ,,Jeroen deed vaak water bij de wijn en heeft zo veel mogelijk geschikt, om de kinderen niet de dupe te laten worden.” Zijn enige belang zijn Ruben en Julian. Hij schrijft de Raad voor de Kinderbescherming: ,,Iris weet dat het buitenspel zetten van de zorg voor de jongens mijn ‘zwakke plek’ is.”

Hij voelt dat zijn ex hem tegengewerkt in de omgang met zijn kinderen. Ze stelt het co- ouderschap ter discussie. Twee keer krijgt hij de kinderen niet mee. Eerst bemiddelt de schooldirecteur, de tweede keer de politie.
Voor de ogen van Ruben en Julian houdt hij zich sterk. In de auto laat hij zijn tranen de vrije loop. ,,De stress die hij voelde, liet hij niet merken aan de jongens. Jeroen bleef altijd netjes vechten, nooit over de ruggen van de kinderen. Nooit zei hij een verkeerd woord over hun moeder waar zij bij waren.”

Jeroen vermoedt dat zijn ex een bewuste tactiek van moddergooien toepast om instanties aan haar kant te krijgen. Ze laat rechters en hulpverleners herhaaldelijk weten dat de kinderen zich niet veilig voelen bij hun vader, psychisch lijden en dat Jeroen therapie voor zijn zoons tegenhoudt. Waar hij aandringt op een oplossing via zorgcoördinatie en mediation, blijft zij melden dat de jongens in hun broek poepen door de omgang met Jeroen. Ze botsen over de opvoeding. Jeroen is strenger en leert hen regels en zelfstandigheid. Hun moeder is bezorgder en gaat meer voor overleg.

Elke keer merkt hij dat de zorgen om de kinderen niet met hem worden gedeeld, ook al doet hij in een mail aan de school, huisarts en alle hulpverleners het dringende verzoek om transparantie. Op cruciale momenten wordt Jeroen in het proces op achterstand gezet. In 2009 hoort hij pas na een halfjaar dat bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) meerdere meldingen tegen hemzijn binnengekomen, van zijn ex en haar hulpverleners.

Datzelfde gebeurt begin 2012 als bij de GGD-arts een anonieme melding binnenkomt van ‘iemand uit de familie van Iris’. Esther: ,,Het leek erop dat Iris probeerde via de hulpverlening grip op Jeroen te krijgen. Ze gunde hem de kinderen niet. Alles wat hij deed, was fout. Hoe leuk we het ook hadden, hij moest elke keer bewijzen dat hij een goede vader was.”

De vermoedens van lichamelijke mishandeling en pedagogische verwaarlozing worden niet bevestigd, maar de aanhoudende beschuldigingen bezorgen Jeroen veel stress.
Over de GGD-melding schrijft hij: ,,Iris maakt mij zwart, schrijft onwaarheden en is bezig met stemmingmakerij. Iris schrijft dat ze vreest dat ik de kinderen wat aan zal doen.”

In die periode, begin 2012, gaat hij samenwonen met Esther. Ze hebben sinds eind 2010 een relatie. Esther is ook gescheiden en woont in Vleuten met een dochter en een zoon, die bijna even oud zijn als Ruben en Julian.

,,Tussen onze kinderen ging het goed. Jeroen was net zo lief voor mijn kinderen als voor Ruub en Juul. Hij verrijkte ons leven. Jeroen genoot van zijn kinderen, van mijn kinderen en van leuke dingen.” Jeroen heeft dan net met zijn ex ouderschapsbemiddeling positief afgerond. De strijd lijkt in rustiger vaarwater te komen.

Daar komt in oktober 2012 verandering in als de vader van Iris een consult bij het AMK heeft, omdat hij een ‘gedragsverandering’ bij de kinderen constateert.

,,Het was een strategische zet om na 2 jaar stilte het AMK toch weer bij het traject te betrekken en het dossier op het spoor richting de Raad voor de Kinderbescherming te krijgen,” vermoedt Esther. Zijn ex wil alleen per mail overdrachten sturen. Jeroen denkt dat zij zo een dossier wil opbouwen, en stopt met de overdrachtsmails.

,,Ik heb wel eens overwogen melding te maken van geestelijke mishandeling. Jeroen wilde dat niet. Daar kregen de kinderen alleen maar last van. Die zaten in een loyaliteitsconflict. Tot het laatste moment is hij blijven zoeken naar een oplossing.”

Een douche-incident (januari 2013), in het bijzijn van Esther, lijkt het tij te keren in zijn nadeel. De vier kinderen spelen in Vleuten met een racebaan. Ruben treitert, en Jeroen brengt hem naar zijn kamer. Als hij niet kalmeert, zet hij hem zonder kleren onder een warme douche, omdat hij als fysiotherapeut weet

dat andere prikkels hem uit zijn driftbui kunnen krijgen.
Als de moeder het verhaal van Ruben hoort, belt ze niet Jeroen, maar doet direct met Ruben aangifte bij de politie en meldt het bij Jeugdzorg. Jeroen weet van niets. 4 dagen later, tijdens een gesprek tussen Jeroen, zijn ex en Jeugdzorg, zwijgt iedereen over de aangifte uit angst voor een oplaaiende ruzie. Pas later hoort hij van de ambulante spoedhulp dat er een aangifte ligt.

Esther: ,,Hij was helemaal overstuur en intens verdrietig. Ze had wéér een stok gevonden om hem te slaan. Jeroen moest vechten tegen de bierkaai. Zijn jongens waren zijn levensdoel. Dieper konden ze hem niet raken. Telkens werd hij ten onrechte beschuldigd.”

In een mail aan Bureau Jeugdzorg Utrecht uit hij zijn moedeloosheid: ,,Het voelt of niemand mij wil geloven en dat ik al ben veroordeeld. Het beeld dat van mij wordt geschetst, is afschuwelijk, maar ik weet niet waar ik tegen moet knokken.” De kinderen lijden onder de spanningen. De schoolprestaties blijven achter. Ruben heeft driftbuien, Julian is stil en teruggetrokken.

Jeugdzorg schakelt de Raad voor de Kinderbescherming in. Eindelijk gaat een gezaghebbende instantie knopen doorhakken, hoopt Jeroen. Aan Jeugdzorg schrijft hij:
,,Ik ben van mening dat het na ruim 4 jaar strijd tijd is om de spreekwoordelijke bijl definitief te begraven, de wonden te likken, te accepteren dat Ruben en Julian bij mama én papa een ‘thuis’ hebben en verder te gaan met leven. Dit met wederzijds respect zodat iedereen weer kan opbloeien.”

Ondanks de aangifte rond het douche-incident komen Ruben en Julian wekelijks naar Vleuten. Jeroen mag de eerste weken niet met Ruben over de aangifte praten of hem vasthouden. Uiteindelijk mogen ze het uitpraten, maar alleen als Esther in de kamer ernaast meeluistert. Ze huilen en knuffelen.

De aangifte krijgen Jeroen en Esther niet in te zien. Ze horen alleen dat hij Ruben zou hebben geslagen en met kleren onder een koude douche heeft gezet. Ook zou hij de jongens dreigen hun hoofden in de wc-pot te stoppen als ze met volle mond praten, en zou Esther de monden van haar kinderen met zeep wassen bij scheldwoorden. Esther ontkent de aantijgingen. Het stoort haar dat niemand onderzoek heeft gedaan. Zij is nooit gehoord, haar kinderen evenmin.

,,In al die jaren is er geen hulpverlener geweest die Jeroen samen met Ruben en Julian bezig heeft gezien. We hebben aangeboden thuis camera’s op te hangen. We hebben Iris uitgenodigd om te kijken hoe de jongens hier wonen, maar dat wilde ze niet.” Alle beschuldigingen – ook al was er geen bewijs voor – worden overgenomen in rapporten, die van instantie naar instantie gaan.

Iedere hulpverlener komt met ‘gekleurde informatie’ binnen.
,,We waren uren per dag bezig om alle rapporten kritisch te lezen en beantwoorden. Sommige dingen klopten niet. Elke keer moest hij opnieuw zijn verhaal vertellen en zich bij voorbaat verdedigen. Daar is hij op een gegeven moment mee gestopt.” Bureau Jeugdzorg stelt Jeroen gerust. De contactpersoon beseft dat alle zorgwekkende verhalen alleen van Iris komen en ‘niet hard te maken zijn’. Ze zegt dat in haar verslag aan de Raad voor de Kinderbescherming staat dat moeder ‘haar lijntjes uitzet bij de huisarts en andere hulpverleners’.

Twee kanten

,,Ik zal heel duidelijk neerzetten dat jullie verhaal echt twee kanten heeft en ik zal geen waardeoordeel geven over wie schuldig is.” Een week later: ,,Kinderen voelen zich
in beide huizen onveilig. En die onveiligheid is structureel.”

Jeroen denkt dat zijn ex moeite heeft om de scheiding te verwerken en de kinderen los te laten. Hij vraagt om hen beiden psychologisch te laten testen. Dat gebeurt niet.
Als het onderzoek wordt uitgebreid naar de omgangsregeling, krijgt hij een naar voorgevoel. ,,Hij zei tegen mij: ‘Ik heb het gevoel dat het tussen mijn vingers door glipt’. Hij overwoog een moment om de kinderen volledig door hun moeder te laten opvoeden. Maar hij vond uiteindelijk dat de jongens beide ouders nodig hadden.” Esther gelooft dat het nog goed kan komen. Ze houden er ook rekening mee dat alleen Iris de kinderen zou krijgen. ,,Jeroen zei toen: ‘ik mag geen papa meer zijn’.”

Dan komt het advies van de raad. Zijn grootste angst wordt bewaarheid. Iris krijgt het conceptrapport eerder dan Jeroen. Geëmotioneerd zit hij in het gesprek met de raad als hij dat merkt. Wéér staat hij op achterstand. Hij heeft zijn keus gemaakt. Jeroen koopt een schop, hamer, zaklamp en spanbanden. De schop en de hamer heeft Esther wel in de schuur gezien. Daarmee maakt hij de tuin op orde. Binnen hangt hij lampen op. Alsof hij alles netjes wil achterlaten.

De eerste week van de meivakantie zijn de kinderen bij hun moeder. Op de crematie van een tante van Esther, praten ze nog over wat voor uitvaart zij zouden willen. Hoewel het douche-incident nog niet is onderzocht, wordt de aangifte wél opgenomen in het raadsonderzoek. Jeroen wordt pas op 2 mei urenlang verhoord door de politie.

,,Hij was aangeslagen. Weer had hij het gevoel dat ze hem niet geloofden en zich moest verdedigen. Hij wist niet meer welke instantie hij nog kon vertrouwen.”Een dag later laat hij zijn testament aanpassen.

Maandagochtend 6 mei. Jeroen haalt Ruben en Julian op in Zeist. Als Esther thuiskomt, zijn de jongens op de X-box aan het spelen. Het is een prachtige dag en ze eten samen in de tuin. Daarna maken Jeroen en de jongens zich klaar voor vertrek. Ze gaan naar een dam in Luxemburg, vertelt Jeroen. Julian wil er naartoe na het zien van een intro van een James Bond-film. Om 20.00 uur vertrekken ze.

,,Ik heb wat lekkers in hun tas gestopt. Ze zouden één nachtje weg blijven, want donderdag zouden Jeroen en Ruben naar de Ardennen gaan. Ik heb ze een kus en een knuffel gegeven. Ik vond het fijn dat ze met z’n drieën op pad gingen. Ik heb ze uitgezwaaid, niet wetende dat ik ze nooit meer levend terug zou zien.” Esther werkt die avond aan Jeroens rechtszaak over de eindafrekening. Om 22.30 uur belt hij. ,,Het was een heel kort gesprek. Hij was moe van de lange rit. De kinderen sliepen al. Ik spreek je morgen weer.”

De volgende ochtend reageert hij niet op telefoontjes en sms’jes. ’s Middags komen agenten naar het werk van Esther. Jeroen heeft zelfmoord gepleegd in het Doornse Gat, op de dag dat hij bij de Kinderbescherming moest komen. Tijd om dat te verwerken heeft ze niet. Ruben en Julian zijn spoorloos. De politie doet huiszoeking in Vleuten. Esther vindt zijn afscheidsbrief. Ze leest daarin voor het eerst over het
raadsadvies.

Jeroen schrijft dat hij van haar houdt en biedt excuses aan, omdat hij de dingen niet met haar heeft gedeeld. Hij wil niet dat zij zichzelf iets kan verwijten. ,,Klaarblijkelijk is mijn visie op de wereld niet zoals Jeugdzorg dat ziet. De scope is te klein en ik heb een dringende behoefte om een signaal af te geven. Er zijn te veel fouten gemaakt. (…) Op is op. Genoeg is genoeg. Blijkbaar mag het gewoon niet zijn.”

Esther haalt het huis overhoop in de hoop op een aanwijzing. Ze reconstrueert de laatste weken en praat dagenlang met rechercheurs. ,,Mijn gedachten schoten alle kanten op. Misschien had hij een huisje gehuurd en zaten de jongens met zakken chips computerspelletjes te spelen.”

Ze krijgt de kans niet om haar eigen kinderen, die bij haar ouders zitten, het nieuws zelf te vertellen. Als haar broer hen ophaalt, zien ze langs de snelweg billboards met een Amber Alert en een grote foto van hun ‘Ruub’ en ‘Juul’.” Het hele land zoekt mee. Esther rijdt de route die Jeroen die laatste uren heeft gereden, naar Limburg en weer terug.

,,De vader van Iris heeft één keer gebeld. Hij wilde dat we gingen samenwerken. Ik heb gezegd dat ze dat eerder hadden moeten doen. Als moeder voel ik mee, wat dit onmetelijke verlies met haar doet. Die pijn gun ik niemand. Tegelijk moet ik tot mijn grote spijt constateren dat zij een grote rol heeft gespeeld in deze tragedie.” Terwijl alles draait om de zoektocht, moet de uitvaart van Jeroen worden geregeld. ,,Mijn vent was ik kwijt, terwijl ik hem nodig had, en de kinderen waren weg. Ik zat met oneindig veel verdriet, boosheid, gemis.”

Op pinksterzondag 19 mei komt het verlossende en tevens gevreesde telefoontje. De lichamen van Ruben en Julian zijn gevonden in een duiker bij Cothen, vlakbij Wijk bij Duurstede waar Jeroen opgroeide.De jongens krijgt Esther niet meer te zien. Aan de hand van een beschrijving via de telefoon identificeert ze hun kleding. ,,Ik geloof niet dat Jeroen het heeft gedaan uit wraak op zijn ex. Ik denk dat hij ze op deze manier wilde beschermen tegen een opvoeding zonder vader. De enige manier was om ze mee te nemen de dood in. Dat had hij nooit mogen doen.”

De begrafenis van Jeroen wordt uitgesteld, omdat zijn lichaam weer in beslag wordt genomen. Op 24 mei wordt Jeroen Denis in besloten kring gecremeerd. Op zijn kist liggen twee pluchen otters. De knuffels van Ruben en Julian. Met twee kaarsjes en een stralende foto van hun drieën. ,,Zo waren zijn jongens toch bij hem bij de uitvaart. De dienst was mooi, intiem en heel persoonlijk.”

Enkele dagen later is de begrafenis van Ruben en Julian. De familie van Jeroen is niet welkom. ,,Iris zei dat we misschien mochten komen als we een teken van liefde zouden geven. Hoezo teken van liefde? Ik heb die jaren ook mijn liefde aan Ruben en Julian gegeven en voor ze gezorgd. Ik was zo kwaad.”

Na bemiddeling van de burgemeesters mogen Jeroens nabestaanden een dag voor de uitvaart afscheid nemen. ,,Ik vroeg of ik foto’s van ze mocht zien. Dat werd me afgeraden. Misschien is dat beter en moet ik ze herinneren zoals ik ze weg heb zien gaan. Lachend, stuiterend en ontzettend blij.”
Ze krijgen alsnog een uitnodiging. Esther gaat samen met haar kinderen. Op het graf van de jongens zetten ze lavendelplantjes. ,,Juul zat daar altijd met zijn handen aan omdat hij het zo lekker vond ruiken.”

Pijnlijk

Nu is het bijna kerst 2013. ,,Ik heb sinterklaas gevierd voor de kinderen, maar eigenlijk wilde ik dat niet. Met kerst gaan we weg. Het is vluchtgedrag. Dit is de tijd voor bezinning. Ik wil helemaal niet terugblikken. Dat is te pijnlijk.”

Ze is bezig om de spullen van Jeroen op te ruimen, net als de kamer van Ruben en Julian. Dierbare dingen bewaart ze: spelletjes, tekeningen, knutseltjes. Hun lievelingsknuffels liggen bij haar kinderen in bed. Dat voelt heel vertrouwd. De doodsoorzaak van Ruben en Julian en het tijdstip van overlijden kunnen niet meer worden achterhaald. Esther sluit, hoe gek dat ook klinkt met deze afloop, een gewelddadige dood uit. Daarvoor hield hij te veel van ze. Van Bureau Jeugdzorg hoort Esther nooit meer iets. De ouders van Jeroen krijgen geen toestemming om het dossier in te zien.

Esther heeft vorige maand met de Raad voor de Kinderbescherming gesproken. Ze wil weten waar het advies op gebaseerd was, omdat de Inspectie voor de Jeugdzorg concludeert dat Jeroen tegenover instellingen altijd ‘betrokken, redelijk en meewerkend’ was.Het antwoord is onbevredigend. ,,Ik ben voornemens niet verder te reageren op uw mails,” schrijft de raad na haar verzoek om meer uitleg.

,,Natuurlijk neem ik het hem kwalijk dat hij het advies niet met me heeft gedeeld. Ik had er met hem voor willen vechten. Maar in zijn wanhoop is hij voorbijgegaan aan het verdriet dat hij mij en zijn familie zou aandoen,” zegt Esther.

,,Jeroen genoot ervan als hij andere mensen kon helpen. Nu heeft niemand hem kunnen helpen. Zelfs ik niet. Al kan ik maar één ouder of kind helpen door mijn verhaal te doen. Dan is hun dood niet voor niets geweest.”

INTERVIEW zoals het stond in het AD van 21-12-2013 met Esther Kelder, vriendin van de vader van Ruben en Julian

‘Ik hoop dat dit Esther helpt bij de verwerking van haar verdriet’

De strekking van het bovenstaande verhaal is door het AD voorgelegd aan Iris van der Schuit, de moeder van Ruben en Julian. Haar advocaat, mr. E.W. Bosch, deelt ons mede dat zijn cliënte de interpretatie en mening van Esther Kelder respecteert.

Zijn cliënte herkent zich echter in het geheel niet in het geschetste beeld. Dit verschil van inzicht toont aan dat een ieder verschillend over een bepaalde situatie kan oordelen.

Uit respect voor Esther Kelder wordt niet inhoudelijk op het artikel gereageerd. Iris van der Schuit: ,,Ik hoop dat de publicatie van dit verhaal Esther helpt bij de verwerking van haar verdriet.” Voor het overige kiest Iris van der Schuit ervoor geen verdere mededelingen te doen in de media.

Lees ook onze weergave op deze zaak met chronologische volgorde (Tijdlijn) van de gebeurtenissen van dit drama:
Jeugdzorg handelde te traag en verkeerd in zaak Julian en Ruben

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *